|
|
, welkom op HulstOnline.nl
Aanbevolen

www.restaurantroes.nl
Bij restaurant ROES is het uitstekend toeven
voor lunch of diner. In een moderne
inrichting geniet u van uitsluitend verse
producten verwerkt in de heerlijkste
gerechten. |
|
|
|
|
|
|
|
|
MARKTEN |
|
Maandagmarkt Hulst
Maandag is sinds jaar en dag de marktdag.
Dan staat het historische marktplein vol
kramen.
Bij goed weer is het daarbij ook nog eens
goed toeven op de vele terrasjes rondom het
marktplein.
De maandagmarkt in Hulst vindt plaats iedere
maandag van 09.00 tot 16.00 uur.
Er wordt een diversiteit aan producten
aangeboden.
De viskramen zijn daarbij traditioneel grote
trekpleisters.
Woensdagmarkt Kloosterzande
Op woensdag vindt er in de kern
Kloosterzande in de voormiddag van 08.00 tot
12.00 uur een beperkte markt plaats.
Op deze markt wordt groente & fruit, snoep,
kaas, gevogelte en vis aangeboden. Daarnaast
is er een mobiele optiek aanwezig. De markt
staat opgesteld op het Marijkeplein.
Donderdagmarkt Hulst
Op donderdag vindt er op de Grote Markt te
Hulst de zogenaamde donderdagmarkt plaats.
Op deze beperkte markt treft u een groente-
en fruitkraam, een kaas- en viskraam.
Deze markt vangt aan om 09.00 uur en duurt
tot 16.00 uur.
Zaterdagmarkt Sint Jansteen
Iedere zaterdag vindt in de kern Sint
Jansteen in de voormiddag van 09.00 tot
12.00 uur een beperkte markt plaats.
Op deze markt wordt groente & fruit, kaas en
drop te koop aangeboden.
De markt staat opgesteld op het Kerkplein.
ZEEUWSVLAAMSEMARKTEN.NL |
|
|
Hulst
Hulst is een vestingstad in de
Nederlandse provincie Zeeland, en hoofdplaats van de gelijknamige
gemeente Hulst. De stad heeft 10.773 inwoners (2009, gemeente Hulst)
en is daarmee de vijfde plaats van Zeeland.
Hulst profileert zich als de "meest
Vlaamse stad" van Zeeland. Vooral de Bourgondische levensstijl van
de stad Hulst trekt veel Belgische toeristen. Het oorspronkelijke
dialect van Hulst en de omliggende (katholieke) dorpen wijkt sterk
af van de overige Zeeuwse dialecten en vertoont een sterke
continuïteit met de dialecten in het noorden van het Waasland
(België, provincie Oost-Vlaanderen). Hulst ligt ca. 30 km van
Antwerpen.
Hulst is er trots op genoemd te worden in het middeleeuwse Van den
vos Reynaerde. Het feit wordt gememoreerd met een standbeeld voor
Reintje.
Hulst is lid van de Nederlandse Vereniging van Vestingsteden en
onderhoudt een stedenband met Michelstadt in Duitsland.
De Gemeente Hulst
De gemeente Hulst heeft 27.858 inwoners (bron: CBS, 30/11/2009) en
beslaat het hele oosten van Zeeuws-Vlaanderen.
Centraal in de gemeente Hulst ligt de
vestingstad Hulst met in het uitgestrekte poldergebied er omheen
veertien dorpskernen, ieder met een eigen identiteit. Aantal
inwoners per woonkern op 1 januari 2010:
|
Hulst |
10.802 |
|
Kloosterzande |
3.279 |
|
Sint Jansteen |
3.178 |
|
Clinge |
2.459 |
|
Vogelwaarde |
2.138 |
|
|
Heikant |
1.130 |
|
Nieuw-Namen |
1.047 |
|
Graauw |
956 |
|
Lamswaarde |
820 |
|
Hengstdijk |
534 |
|
|
Terhole |
523 |
|
Kapellebrug |
369 |
|
Ossenisse |
339 |
|
Walsoorden |
157 |
|
Kuitaart |
124 |
|
Bron: Gemeente Hulst
Naast deze officiële kernen heeft de
Gemeente Hulst nog de volgende buurtschappen:
Absdale, Baalhoek, Boerenmagazijn,
Boschkapelle, Drie Hoefijzers, Duivenhoek, De Eek, Eendragt,
Emmadorp, Groenendijk, Halfeind, Hoefkensdijk, 't Hoekje, 't
Jagertje, Kalverdijk, Kampen, Kamperhoek, Keizerrijk, De Knapaf,
Knuitershoek, Krabbenhoek, Kreverhille, Kruisdorp, Kruispolderhaven,
Luntershoek, Margret, Molenhoek (Hulst), Molenhoek (Ossenisse),
Noordstraat, Oude Kaai, Oude Stoof, Paal, Patrijzenhoek,
Pauluspolder, Perkpolder, Prosperdorp, De Rape, Roskam, Roverberg,
Ruischendegat, Sasdijk, Schapershoek, Scheldevaartshoek,
Schuddebeurs, Sluis/Drie Gezusters, Statenboom, Stoppeldijk/Rapenburg,
Stoppeldijkveer, Strooienstad/Koningsdijk, Tasdijk, Vijfhoek,
Vogelfort, Walenhoek, Zandberg, Zeedorp en Zeegat.
De huidige Gemeente Hulst is tot stand
gekomen na opeenvolgende herindelingen.
Hieronder een overzicht van de
voormalige gemeenten:
Geschiedenis
Hulst kreeg in 1180 stadsrechten van de Vlaamse graaf Filips van den
Elzas en ontwikkelde zich tot een belangrijke vesting- en havenstad.
In 1591 werd voor het eerst een beleg voor Hulst geslagen en wel
door Maurits van Oranje, die het in vijf dagen veroverde. Vijf jaar
later werd het weer heroverd door Albertus van Oostenrijk. Tijdens
de strijd om Hulst in 1640 kwam Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz
om het leven. In 1645 heroverde prins Frederik Hendrik van Oranje de
stad Hulst en het Hulsterambacht op de Spanjaarden. Hulst maakte
formeel tot 1648 (Vrede van Münster) met de rest van
Zeeuws-Vlaanderen deel uit van het Graafschap Vlaanderen en was een
dochterstad van Gent. De haven verzandde na die tijd.
Verschillende abdijen hadden in Hulst een refugehuis, waaronder de
Abdij van Boudelo, de Abdij van Cambron en die van Onze-Lieve-Vrouw
Ten Duinen.
Monumenten
De stad Hulst zelf is één van de zeventien Beschermde stads- en
dorpsgezichten in Zeeland. De stad telt 68 rijksmonumenten, zie
Lijst van rijksmonumenten in Hulst.
Sint-Willibrordusbasiliek
De Sint-Willibrorduskerk werd in de 15e eeuw gebouwd maar pas in
1535 opgeleverd. Na de Hervorming werd de kerk protestants, sinds de
Franse tijd werd de kerk gedeeld met de rooms-katholieken. Sinds
1930 is het weer een rooms-katholieke kerk en werd het een basiliek
De Sint-Willibrordusbasiliek is een
kerk die gesticht is in de 10e eeuw, ongeveer een tijdgenoot van de
Nederlandse Hervormde Kerk in Kloosterzande. De kerk is gelegen in
het centrum van de Oost-Zeeuws-Vlaamse vestingstad Hulst. Ze is
gewijd aan de missionaris Willibrordus. In mei 2009 werd de kerk in
het NCRV-radioprogramma Plaza verkozen tot mooiste kerk van
Nederland.
Verheffing tot basiliek
De kerk is gebouwd als Rooms-Katholieke kerk, maar werd in de
Tachtigjarige Oorlog door toedoen van Frederik Hendrik een
Nederlandse Hervormde Kerk. Dat bleef zo tot de tijd van Napoleon,
toen er een simultaankerk van werd gemaakt: het koor kregen de
katholieken en het schip bleef beschikbaar voor de protestanten.
Daartussen werd een muur opgetrokken. Sinds 1930 is de kerk weer
helemaal katholiek. De protestanten kregen een eigen kerk aan het
Cornelis de Vosplein. Naar aanleiding hiervan heeft Paus Pius XI de
kerk tot basiliek verheven.
Beschrijving van het gebouw
Het gebouw is opgetrokken in baksteen
en aan de buitenzijde bekleed met kalksteen.
Deze kalksteen was afkomstig uit de groeven van Lede bij Aalst.
Ledesteen is een vrij zachte kalksteensoort die gemakkelijk te
bewerken is maar als nadeel heeft dat hij sterk aan erosie
onderhevig is. De torenspits is uitgevoerd in voorgespannen beton.
De St. Willibrordus is gebouwd in de vorm van een Latijns kruis. De
bouwdelen zijn gegroepeerd rondom de toren die centraal in de kerk
staat.
Dit is typisch Vlaams. In de 12e en 13e eeuw maakte de Romaanse
bouwstijl in Vlaanderen geleidelijk aan plaats voor de Gotische.
In de tweede helft van de vijftiende
eeuw was Hulst economisch vooral op Antwerpen georiënteerd.
Onder invloed hiervan werd in 1462 bouwmeester Everaert Spoorwater
aangezocht voor de bouw van het koor in Brabantgotische stijl.
Het centrum van de Brabantgotiek is Mechelen met de Sint
Romboutskathedraal.
Andere bekende voorbeelden van Brabantgotiek zijn de Onze Lieve
Vrouwekathedraal te Antwerpen, de Maria Magdalenakerk in Goes en de
Sint Jan in 's-Hertogenbosch.
Exterieur
De hoofdingang van de Basiliek bevindt zich in de westgevel aan de
zijde van de Steenstraat. Bovenaan deze gevel staat in een nis een
beeld van de Heilige Willibrordus met in zijn handen een vergulde
kerktoren. Het schip is in tegenstelling tot de koorkerk niet
voorzien van luchtbogen en steunberen. De aanzetten voor de
luchtbogen zijn wel in het muurwerk aanwezig.
De kerk is op de plaats van een kleine
romaanse kerk gebouwd in de eerste helft van de 15e eeuw. In die
periode werd ook de opvallende vieringtoren gebouwd. Vanaf 1462 werd
de kerk herbouwd naar haar huidige vorm onder toezicht van
bouwmeester Everaert Spoorwater. Toen tijdens de werken brand
uitbrak werden echter de toren en het schip geheel in de as gelegd,
evenals het nieuw gebouwde koor. Vanwege het overlijden van
Spoorwater werden de werken pas heropgestart op 3 mei 1481, dit maal
onder toezicht van de Antwerpse artchitect Herman de Waeghemaekere.
Voor de bouw van het hoofdportaal schakelde hij Matthijs II
Keldermans in (van 1482 tot 1484). De bouw van de kerk werd afgerond
door diens achterneef Laurens II Keldermans (ca. 1534) en ze werd
opgeleverd in 1535.
Tijdens de restauratie van de jaren dertig zijn onder de
oorspronkelijke houten zoldering in het schip gewelven gemetseld. De
zijdelingse druk die deze op het muurwerk uitoefenen, wordt door
middel van trekstangen opgevangen. De bronzen rozetten die tussen de
bovenste rij vensters zitten, zijn de uiteinden van deze stangen.
De koorkerk wordt door drie straalkapellen afgesloten, de beide
zijbeuken bezitten elk vier zijkapellen. De toren bestaat uit vier
afzonderlijke delen, die elk uit een verschillende periode stammen.
Het onderste gedeelte, vermoedelijk uit de 13e en/of 14e eeuw, gaat
grotendeels schuil onder het dak van de kerk. Alleen aan de zijde
van de Grote Markt en de Lange Nieuwstraat is dit stuk toren
gedeeltelijk zichtbaar.
Van de in 1402 gebouwde achthoekige toren is enkel de onderste
verdieping, voorzien van blinde nissen, overgebleven. Het gedeelte
tussen de balustrade en de wijzerplaten is een restant van de door
architect Cuypers gebouwde toren.
De betonnen bekroning die thans de kerk siert, is in 1957 op de
toren geplaatst. Het is een ontwerp van architect J. Brouwer met de
naam "Prediker". De kerkmuur is een reconstructie van de
middeleeuwse muur die het kerkhof, dat rondom de kerk lag, omsloot.
Rondwandeling in de kerk
Zie de nummering op de plattegrond
hiernaast.
Aan de St. Willibrordus is vanaf
omstreeks 1200 tot halverwege de zestiende eeuw gebouwd en verbouwd.
In het interieur van de kerk zijn op verschillende plaatsen sporen
van vroegere bouwfasen te zien.
Tijdens de rondwandeling wordt hier op gewezen.
In de wandelpaden liggen veel fraaie grafzerken die naar Vlaams
gebruik uitgevoerd in vlakreliëf.
Het schip
De basisvorm van de kerk is de travee (1).
Dit is een vaste bouwkundige eenheid, die bestaat uit twee pilaren
die afgesloten worden met een boog, gevolgd door een venstergalerij
met bovenaan in de gevel een groot raam.
Binnen de Brabantgotiek is de St. Willibrordus Basiliek de enige
kerk waarin de venstergalerij, die ook wel triforium wordt genoemd,
nog in originele vorm aanwezig is.
Bij alle andere kerken die in Brabantgotische stijl zijn gebouwd, is
het triforium een geheel geworden met de bovenste ramen.
De kapitein van de zuilen zijn gesierd met een dubbele rij
koolbladeren, een typisch kenmerk van de Brabantgotiek.
Bij de bouw van het schip werden geen gewelven aangebracht, maar in
plaats daarvan werd een vlakke houten zoldering gelegd. Tijdens de
restauratie in de jaren dertig, werd onder deze zoldering een stenen
gewelf gemetseld.
De trekankers (2) dienen om de zijdelingse druk die de gewelven op
de muren uitoefenen, op te vangen.
Het middenschip lijkt hoger dan het in werkelijkheid is, omdat de
zijbeuken naar verhouding vrij breed zijn.
In de onderste rij ramen wordt door middel van teksten in het
gebrandschilderde glas de geschiedenis van het gebouw beschreven.
In de Westgevel is het glas-in-loodraam "Het laatste oordeel" van
glazenier Joep Nicolas te bewonderen (3).
Het orgel is in 1610 gemaakt door orgelbouwer Louis Isoré.
De viering
De viering, de plaats waar schip, koor en dwarsbeuk elkaar ontmoeten,
is het middelpunt van de kerk.
De toren belemmert ten dele de vrije doorkijk vanuit het schip naar
het koor.
Aan de kant van het schip is aan de verkleuring van het gesteente te
zien tot op welke hoogte het in 1469 afgebrande schip tegen de toren
reikte (4).
Het raam dat aan deze zijde in de toren zit, dateert uit de periode
dat de kerk in gebruik was als simultaankerk.
In 1818 kregen katholieken en protestanten tijdens de Goede Week, de
week voor Pasen, ruzie over het luiden van de klokken.
De touwen hingen onder de toren in het katholieke gedeelte.
Een oplossing werd gevonden door de protestanten een eigen klokje te
geven met een aparte ingang naar de toren.
Voor de verlichting van de torenkamer werd toen het raam aangebracht.
Aan twee van de vieringspijlers zijn beelden bevestigd van de H.
Willibrordus (5) en de H. Eligius (6).
Een gedenkplaat aan de noordwestelijke vieringpijler (7) vertelt
beknopt de geschiedenis van het gebouw.
Vermoedelijk is voor 1402 de toren al eens verbouwd en/of verhoogd.
Aftekeningen van rechtopgaand metselwerk aan de koorzijde (8) van de
toren duiden hierop.
Aan deze zijde zijn tevens een dichtgemetselde deur die toegang gaf
tot de toen veel lagere koorzolder, en een dichtgemetseld galmgat te
zien.
De dwarsbeuk
De dwarsbeuk is veel lager dan schip en koor.
De horizontale breuklijnen in het muurwerk tonen sporen van een
verbouwing waarbij de dwarsbeuk werd verhoogd (9).
In de oostmuur van de noorderdwarsbeuk (10) is niet gepleisterd
muurwerk met een stuk waterlijst zichtbaar.
Vermoedelijk heeft de oorspronkelijke dwarsbeuk uit omstreeks 1200,
die later verlengd is, tot hier gelopen.
In de eerste helft van de vijftiende eeuw werden scheidingsbogen in
de dwarsbeuk aangebracht om verbinding te krijgen met twee
zijkapellen (11 en 12) die toen aangebouwd zijn.
In de oostmuur van de zuiderdwarsbeuk zit een dichtgemetselde
spitsboog. Mogelijk heeft deze boog toegang gegeven tot de "Hugo
Mijlscapelle" (13) die buiten de kerk stond en in later tijd is
afgebroken.
De koorkerk
De koorkerk bezit een kooromgang (14) van waaruit acht rechthoekige
zijkapellen en drie veelhoekige straalkapellen betreden kunnen
worden.
Deze kapellen zijn oorspronkelijk gebouwd voor de ambachtsgilden die
in Hulst werkzaam waren.
Elke dag werd hier de mis gelezen.
Links en rechts naast het hoofdaltaar staan het conopeum (15 - de
rood-gele parasol), het tintinnabulum (16 - het klokje) :
onderscheidingstekenen van een basiliek.
Verder zien we de Godslamp (17), het teken dat God in dit huis woont
en een fraaie houten lezenaar met adelaar (18).
In de jaren 1841-1842 werd het interieur van het katholieke
koorgedeelte geheel beschilderd.
Begin jaren dertig zijn deze schilderingen verwijderd, onder andere
om meer uniformiteit binnen de kerk te krijgen.
De goudverf op de koolbladeren van de kapitelen (19) bleek zonder
gevaar voor beschadigingen niet te verwijderen.
De eerste kapel aan de noordzijde van het koor (20) is in gebruik
als doopkapel. De doopvont is van steen : het koperen deksel wordt
gesierd met een afbeelding van Johannes de Doper. Bij de derde kapel
(21), zijn een deur en bovenin een open spitsboog te zien.
De deur geeft toegang tot de vroegere librije waarin de boeken die
eigendom van de kerk waren, bewaard werden.
In de periode dat de St. Willibrordus van 1806 tot 1929
simultaankerk was, deed de librije dienst als sacristie.
In de middelste straalkapel (22) is in een fraai bewerkt kastje een
medaillon van Maria te bewonderen, dat oorspronkelijk in een van de
luidklokken zat. Na de torenbrand van 1876 werd dit medaillon in de
gesmolten klokkenspijs teruggevonden.
De sfeer in de St. Willibrordus wordt voor een belangrijk deel
bepaald door de glas-in-loodramen.
In de vierde zijkapel (23) aan de noordzijde van de kerk is het raam
"De Verheerlijking van Maria" te bewonderen, in de eerste
straalkapel (24) drie prachtige Willibrordusramen en in de derde
zijkapel aan de zuidzijde van de kerk (25) het raam "Gaat tot Jozef"
van glazenier Mengelberg.
Het orgel
|
1612 |
Bouw van het orgel door Louis
Isoré, orgelmaker uit Antwerpen. Het orgel telde 13 stemmen
en had een klavieromvang van C-a2. |
|
1645 |
De kerk wordt aan de
protestanten overgedragen. |
|
1685 |
Herstelwerkzaamheden door
Frederik Knoblo. Daarbij worden de frontpijpen opnieuw
gefolied. |
|
1705 |
De Hollandse orgelbouwer Jacob
Cools uit Rotterdam dient een bestek in voor de vernieuwing
van het instrument, met gebruikmaking van de oude windlade.
De magistraat van Hulst gaat gelukkig niet op zijn voorstel
in. |
|
1740 |
Jacob François Moreau breidt
het klavier uit van C-a2 tot C-c3. De middentoren wordt
verlengd en er worden drie nieuwe balgen geplaatst.
Waarschijnlijk zijn gelijktijdig ook de Prestant, Trompet en
Vox Humana door gelijknamige registers vervangen. |
|
1762 |
De kunst schilder Johan
Baltisperger krijgt opdracht om de luiken opnieuw te
beschilderen. Links ziet men Cicilia aan het orgel, rechts
David met de harp. |
|
1764 |
Louis Delhaye plaatst een
nieuwe windlade en een nieuwe Prestant en Sesquialter. De
dispositie wordt dan voor het eerst in de geschiedenis
vermeld:
|
Prestant 8’
Holpijp 8’
Octaaf 4’
Fluit 4’ |
Nasard 3’
Octaaf 2’
Fluit 2’
Sesquialter II |
Tertiaan
Mixtuur
Scherp
Cornet V |
Trompet 8’
Pedaal aangehangen
Manuaalomvang C-c3
Pedaalomvang C-d |
|
|
1807 |
Het koor van de kerk wordt aan
de katholieken teruggegeven. Deze plaatsten er een orgel uit
1775. Gezien de zuidelijke factuur hiervan, is het goed
mogelijk dat orgel gemaakt was door Delhaye. De dispositie:
|
Bourdon 8’
Prestant 4’
Doublet 2’ |
Fluit 2’
Nasard 3’
Terts 1 3/5’ |
Cornet V
Sesquialter II disc.
Fourniture |
Cimbel
Clairon bas/disc.
Trompet bas/disc. |
|
|
1856 |
Het grote orgel van de
protestanten wordt hersteld door J.F. Klein. |
|
1871 |
J. Vergaert vernieuwt de
frontpijpen. |
|
1915 |
Het pijpwerk van de Mixtuur,
Cimbaal, Terts en Clairon wordt door A. Standaart weggenomen. |
|
1923 |
Op de lege plaatsen plaatst
A.S.J. Dekker een Viola 8’, Viox Celeste 8’ en Violine 4’. |
|
1929 |
Het schip van de kerk wordt
aan de katholieken overgedragen. De beide orgels worden
gedemonteerd. |
|
1936 |
Jos. Vermeulen en de Gebr.
Vermeulen bouwen een nieuw elektro-pneumatisch orgel achter
een zinken fantasiefront. In dit orgel wordt pijpwerk uit de
beide gedemonteerde orgels gebruikt. De gebruikte windlade
is van Cavaillé-Coll en komt uit het orgel van het
voormalige Paleis van Volksvlijt te Amsterdam (1874). Thans
bevindt de windlade zich in het gerestaureerde
Cavaillé-collorgel in het gerenoveerde Concertgebouw in
Haarlem, nu Philharmonie. |
|
1971 |
Het grote orgel ondergaat een
grote restauratie en reconstructie, onder leiding van de
adviseurs J.J. van der Harst en C.H. Edskes. Hierbij wordt
gebruik gemaakt van de oude kas van het grote orgel met de
beschilderde vleugeldeuren, het klavier, de beide windladen
met pijproosters en oud pijpwerk uit het grote en kleine
orgel. Het orgel wordt uitgebreid met een positif (als
borstwerk) waarvoor een tweede klavier wordt aangelegd. Er
wordt een vrij pedaal gerealiseerd en het oude kistpedaal
wordt vervangen door een nieuw pedaalklavier (het kistpedaal
wordt met piëteit bewaard!). De manuaalomvang wordt
uitgebreid tot d3. De oude lade van Louis Delhaye wordt
opnieuw gebruikt. |
|
1989 |
Flentrop Orgelbouw voert
kleine intonatiecorrecties uit. De Regale 16’ van het
Positief wordt veranderd in Regale 8’. |
Het resultaat van de restauratie en reconstructie van het orgel mag
er zijn. Het is een schitterend orgel, van een geheel zuidelijk
karakter: rijk aan wijde vulstemmen, liefelijk in zijn fluiten en
gloedvol in zijn tongwerken. Jaarlijks worden er in de zomer
concerten op verzorgd door diverse musici.
Mechanische sleepladen
Toonhoogte a1 = 415Hz
Temperatuur: nagenoeg evenredig zwevend
Windvoorziening: magazijnbalg
Winddruk: 88 mm.
De dispotie:
Grand Orgue: (C-d3)
Montre 8
Bourdon 8
Prestant 4
Flûte 4
Nasard 3
Doublette 2
Quarte de Nasard 2
Tierce 1 3/5
Sesquialter II B/D
Mixture IV
Cymbale III
Cornet V
Trompette 8 B/D
Clairon 4 |
Positif: (C-d3)
Bourdon 8
Quintadienne 8
Prestant 4
Flûte 4
Doublette 2
Larigot 1 1/3
Fourniture III
Cornet III
Régale 8
Cromorne 8 |
Pédale: (C-d1)
Bourdon 16
Montre 8
Flûte 8
Octave 4
Bombarde 16
Trompette 8
Clairon 4 |
Naziteksten
In de toren van de kerk werden tijdens de Tweede Wereldoorlog
Duitse soldaten gelegerd, omdat het overzicht over oostelijk
Zeeuws-Vlaanderen en de Westerschelde geweldig is. De soldaten
schreven naziteksten op de muren van de toren en tekenden er ook een
hakenkruis op. In de jaren na de oorlog was er veel ophef over de
vraag of de bekladding weer moest worden verwijderd. Tenslotte zijn
de graffiti gehandhaafd als herinnering.
Verwoestingen torenspits
De torenspits is enkele malen vervangen. De eerste spits werd
verwoest in 1668 door blikseminslag. In 1724 werd een nieuwe spits
geplaatst in classicistische stijl. Deze werd door brand verwoest in
1876. Daarna werd een nieuwe toren geplaatst naar ontwerp van Pierre
Cuypers, omdat de toren een uitkijkpunt was over de Westerschelde.
Deze werd in 1944 kapotgeschoten. In 1957 won Jan Brouwer een
prijsvraag voor een nieuw ontwerp van de spits, en Brouwers ontwerp,
met de titel 'De Prediker', werd inderdaad gebouwd. De toren wordt
bekroond door een Christusbeeld omringd door engelen. Maar delen van
het ontwerp van Cuypers en ook van de veertiende-eeuwse toren zijn
nog steeds zichtbaar.
Stadhuis
Het stadhuis van Hulst is gebouwd in
gotische stijl. In het stadhuis zijn veel schilderijen, oude kaarten
en gravures tentoongesteld, waaronder een werk van Jacob Jordaens.
Vesting
De stadswallen stammen uit de Tachtigjarige Oorlog. Ze worden
omgeven door een gracht en zijn een gaaf voorbeeld van het
zogenoemde Oud Nederlands vestingstelsel. De stadswallen zijn niet
overal even hoog. Zo zijn ze in het zuiden acht meter hoog en in het
noorden 10 meter. Vroeger stonden er ook nog muren op de wallen maar
die zijn in de loop der tijd verdwenen. In het zuiden is een dubbele
omgrachting. In het Noord-oosten sluit hij aan op de Liniedijk. De
vesting had zes poorten, vier ravelijnen (waarvan er nog maar één
over is), negen bolwerken en een stadsmolen.
De Keldermans poort was zowel een land- als een waterpoort, liet
zowel mensen als boten binnen. In de Tachtigjarige Oorlog verwoest,
in 1952 weer opgegraven door P.J. Brand. Er zijn nog drie poorten in
gebruik:
Dubbele poort (Dobbele Poort) of Bollewerck Poorte, uit 1620,
verdubbeld in de jaren '30 van de 17e eeuw.
Gentse poort, gebouwd in 1720. Draagt het wapen van de generaliteit.
Bagijnenpoort of Graauwse poort, gesticht in 1704 door Benjamin van
Beaufort.
De negen bolwerken zijn (tegen de klok in): Molenbolwerk met de
stadsmolen, Brederodebolwerk met restanten van de Keldermanspoort,
Nassaubolwerk, Oranjebolwerk, Princebolwerk, Solmsbolwerk, Oude
Molenbolwerk, Doelenbolwerk, Galgebolwerk.
|
 |
|
Onze
voordelen:
|
1 |
Doeltreffend |
|
2 |
Opvallend |
|
3 |
Optimaal
bereik lokaal/regionaal |
|
4 |
Uiterst
betaalbaar |
|
5 |
Losse (ongesealde)
huis-aan-huis verspreiding |
|
6 |
Combinatie van
opvallende huis-aan-huis verspreiding met online vermelding op drukbezochte RegioPortal. |
|
7 |
Gratis opmaak
van uw advertentie |
|
8 |
Mogelijkheid
tot doorplaatsing online advertentie op
meerdere websites in Nederland en België |
|
9 |
Max. 8
adverteerders per verspreiding |
|
10 |
Unieke hoge
attentiewaarde |
Bel:
0115 - 531 291 |
|
Wilt u doeltreffend, opvallend en
betaalbaar uw doelgroep bereiken?
En heeft u genoeg van die dure
advertenties in de krant?
Dan biedt RegioNetwork u verschillende
mogelijkheden, zowel online als offline.
Online kunt u adverteren op
bijvoorbeeld één of meerdere van onze vele RegioPortals zoals deze. Offline verspreiden wij huis-aan-huis onze LocalFlyer.
Adverteren kan al vanaf 125 euro
waarbij u zowel huis-aan-huis op onze LocalFlyer adverteert
als online op onze RegioPortal(s).
Onze LocalFlyer heeft een extra
hoge attentiewaarde door het maximum aantal adverteerders die
wij toelaten en de opvallende en gestructureerde opmaak.
Voor meer
informatie of een vrijblijvend persoonlijk advies kunt u ons per
e-mail contacteren
Wij informeren u graag over onze
betaalbare reclame mogelijkheden.
Naast het adverteren op onze websites
en LocalFlyer verzorgen wij ook direct mailings,
strooifolders en vele andere reclameproducten. Van A6 formaat tot A4
gevouwen en van 135 gram tot 400 gram papier.
Uiteraard gelden ook hier interessante
prijzen en ontzorgen wij u met een totaaloplossing; van opmaak en
drukken tot aan de verspreiding.
|